Kinesitherapie
Kinesitherapie

De kinesitherapeuten van Kinderplaneet hebben zich gespecialiseerd in ontwikkelingsbegeleiding en in het psychomotorisch behandelen van kinderen met leerproblemen. 
 
Ontwikkelingsbegeleiding richt zich enerzijds op baby's bij wie de motorische ontwikkeling trager verloopt. Bij andere kinderen is er een gekende neurologische problematiek waarvoor neuromotoriek (Bobath therapie) noodzakelijk is.
 
Psychomotoriek is een behandelingsvorm die zich richt op de ontwikkeling van het kind in zijn geheel met als uitgangspunt de wisselwerking tussen het denken en voelen (psyche) en het bewegen (motoriek). In die zin komt niet alleen de fijne en grove motoriek aan bod, maar ook aspecten als schrijfmotoriek, schoolrijpheid, concentratie  en ruimtelijk-visuele vaardigheden. Er wordt ook een typecursus (TypTien) in groep gegeven.

 

 

Ontwikkelingsstimulatie baby's

Hoofdje rechthouden, omrollen, zitten, zich rechttrekken en lopen zijn stuk voor stukmotorische mijlpalen die een baby doorloopt. Bij sommige baby’s merken we dat deze mijlpalen op een later tijdstip of op een andere manier ontwikkelen. Dit kan voorkomen bij baby’s met een sterke voorkeurshouding of bij refluxproblemen, poepschuivers, prematuren, huilbaby's, Down syndroom e.d. Tijdens de kinesitherapeutische behandeling zal getracht worden om de normale ontwikkeling zoveel mogelijk te stimuleren door specifieke oefeningen. Er wordt nauw samengewerkt met de ouders zodat de aangereikte oefeningen ook in de thuissituatie kunnen worden toegepast. Er gaat ook veel aandacht uit naar de juiste handeling en positionering van de baby buiten de therapie. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Neuromotoriek (Bobath)

Bobath-therapie richt zich op kinderen met een vertraagde neuromotorische ontwikkeling, al dan niet geassocieerd met een hersenletsel. Tijdens de behandeling zal in de eerste plaats de spierspanning genormaliseerd worden. Vervolgens zal het kind met de hulp van de kinesitherapeut leren om de juiste houding beter aan te voelen en adequatere bewegingspatronen uit te voeren. Door herhaling van deze patronen krijgt hij de mogelijkheid om een betere controle te verwerven over zijn motoriek. De specifieke noden van elk kind worden individueel bekeken. Zo zal er ook advies gegeven worden naar het voorkomen van orthopedische problemen (zoals contracturen e.d.), een juiste zithouding, het zoeken naar aangepaste middelen om zich te kunnen verplaatsen, zich zelfstandig kunnen aan- en uitkleden … . 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Fijne en grove motoriek

Psychomotoriek kan kinderen helpen met motorische moeilijkheden, zoals springen, huppelen, balvaardigheid, fietsen... Tijdens de therapie worden de motorische vaardigheden die voor het kind nog moeilijk zijn, aangeleerd of verder geautomatiseerd. Wanneer de bewegingen van armen, handen en vingers niet soepel en niet goed op elkaar afgestemd zijn, kan dit tijdens de psychomotorische behandeling gestimuleerd worden aan de hand van speelse oefeningen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Schrijfmotoriek

Bij schrijfmotorische problemen wordt gestart met het aanleren van een goede schrijfhouding en pengreep. Vervolgens worden aan de hand van specifieke schrijfpatronen de schrijfbewegingen ingeoefend. Het betreft de armbeweging, de hand- en polsbeweging en de vingerbeweging. Bij het handschrift zelf wordt er onder andere gewerkt aan een duidelijke lettervorming en correcte letterverbindingen. Als de schrijfmotorische problemen te ernstig zijn, zoals vaak het geval is bij kinderen met dyspraxie of dyslexie, kan blind typen worden aangeleerd. Deze typcursus is gebaseerd op de Typ Tien methode en wordt aangeboden in groepjes van 4 kinderen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Ruimtelijk-visuele vaardigheden

Kinderen met leerproblemen vinden het soms moeilijk om verschillen in richting of details op te merken en kunnen daardoor soms niet goed het onderscheid maken tussen verschillende letters. De psychomotorische behandeling kan hierbij ondersteunend zijn om het juist leren herkennen en lezen van de letters te verbeteren. Bij rekenen en meetkunde is het dan weer belangrijk om voldoende ruimtelijk inzicht te hebben. Sommige kinderen hebben problemen om zich te oriënteren in de ruimte en beheersen de ruimtelijke begrippen onvoldoende. Het spelen met bouwdozen (namaken van plannen met lego, k’nex, meccano, puzzels) leidt tot frustraties. Door het volgen van psychomotorische therapie kunnen ze op ruimtelijk vlak meer inzicht verwerven om zo het wiskundig inzicht te verbeteren. In combinatie met logopedische rekentherapie worden goede resultaten bereikt. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Concentratie

Bij kinderen met concentratieproblemen wordt er getracht om hen tijdens de therapie een goede structuur aan te bieden en hen een goede werkhouding aan te leren. De bedoeling is dat de kinderen er een automatisme van maken om eerst na te denken en dan pas te handelen. Dit gebeurt aan de hand van specifieke concentratieprogramma’s. Zo kunnen bepaalde oefeningen gegeven worden die het kind leren om nauwkeurig te zijn, informatie duidelijk en volledig op te nemen, impulsiviteit af te remmen en de volgehouden aandacht verder te ontwikkelen.
 
 

Schoolrijpheid

Sommige kleuters zijn op het einde van de derde kleuterklas niet rijp om naar het 1ste leerjaar te gaan. Ze zijn nog erg speels en vlug afgeleid. Het is heel moeilijk voor hen om zelfstandig een knutselwerk af te maken, iets te bouwen met blokken of een puzzel te maken. Binnen de psychomotorische therapie kan er getracht worden om deze basistekorten weg te werken. 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

  

Typecursus, TypTien 

TypTien is een speelse en kindvriendelijke manier om kinderen met fijnmotorische problemen, DCD, dyslexie, autisme, ADHD... blind  te leren typen op de computer. In groepjes van 4 kinderen leren ze aan de hand van versjes typen. Er wordt aan elke letter een woord/symbool gekoppeld en aan elke vinger een kleur, om de letter zo beter te leren onthouden. De letters worden aan elkaar gekoppeld in korte en gemakkelijke zinnetjes, zoals vis zwemt in de beek, de fazant zit in het gras en de roofvogel vliegt naar de top. De nadruk ligt op het motorisch automatiseren van de letters en het juist blind typen en niet zozeer op het verkrijgen van een hoge typesnelheid. Het tempo komt later wel! Van de ouders wordt er verwacht dat ze hun kind aanmoedigen dagelijks minimum een kwartiertje te oefenen. Op het einde van de 10 sessies is het de bedoeling dat het kind alle toetsen kent en kan gebruiken.